Slechts 1 oudere op 2 ging naar de tandarts in 2023 

Brussel, 2 april 2025 – In 2023 had slechts 52 procent van de 65-plussers een contact met de tandarts. Dat blijkt uit een nieuwe studie van CM Gezondheidsfonds die het zorggebruik van ouderen tussen 2016 en 2023 in kaart brengt. De studie kijkt daarnaast ook naar het aantal contacten met een huisarts en het gebruik van geneesmiddelen. ‘De resultaten tonen waar de toekomstige uitdagingen in de gezondheidszorg liggen’, zegt CM-voorzitter Luc Van Gorp. ‘We moeten kijken naar wat ouderen nodig hebben qua zorg en het aanbod daarop afstemmen, in plaats van omgekeerd.’ 

Contacten met de huisarts: In 2023 had 94 procent van de 65-plussers minstens één contact met de huisarts. 

Geneesmiddelengebruik: Polyfarmacie, het regelmatig gebruik van minstens vijf verschillende geneesmiddelen, komt het vaakst voor bij 85-plussers (51 procent) en bij financieel zwakkere ouderen met een verhoogde tegemoetkoming(49 procent). 

Tandzorg: Slechts 52 procent van de 65-plussers bezocht de tandarts in 2023. Vooral ouderen die in een zorgvoorziening wonen, maken minder vaak gebruik van tandzorg. 

Preventie: Slechts 62 procent van de thuiswonende ouderen kreeg in 2023 een griepvaccinatie, een daling tegenover 2020 (68 procent). 

De huisarts als vertrouwenspersoon 

In 2023 had bijna 94 procent van de 65-plussers minstens één contact met de huisarts, hoewel het aandeel varieert naargelang de leeftijd en regio (95,1 procent in Vlaanderen, 80,5 procent in Brussel en 90,8 procent in Wallonië). Gemiddeld hebben ouderen negen huisartsencontacten per jaar, wat stabiel blijft tussen 2016 en 2023. 

Hoe ouder de persoon, hoe meer contacten met de huisarts. Het statuut van de verhoogde tegemoetkoming1 (VT) vormt hierbij een belangrijke variabele. Ouderen met het VT-statuut – en dus minder financiële slagkracht – hebben op jaarbasis meer contact met de huisarts dan ouderen zonder VT-statuut. Het aandeel huisbezoeken nam tussen 2016 en 2023 af, maar blijft voor 85-plussers aanzienlijk hoog, vooral als ze het VT-statuut hebben. ‘Nochtans vormen huisbezoeken een belangrijke toegangspoort naar de huisarts voor mensen met een beperkte mobiliteit die geen naaste familieleden hebben om hen naar een consultatie te vervoeren, of voor mensen die afhankelijk zijn van het openbaar vervoer’, zegt Luc Van Gorp. ‘We moeten, samen met de artsen, bekijken hoe we opnieuw de afstand tussen oudere patiënten en hun huisarts kunnen verkleinen.’ ​ 

Ook bij thuisverpleging wordt een leeftijdseffect waargenomen: hoe ouder de persoon, hoe meer die een beroep doet op een thuisverpleegkundige. Ook het VT-statuut speelt hier een belangrijke rol. 32 procent van de 65-plussers met het VT-statuut doet beroep op een thuisverpleegkundige, tegenover 17,7 procent van de CM-ouderen zonder. Op jaarbasis komt dat voor ouderen met VT-statuut neer op gemiddeld 172 dagen thuisverpleging in vergelijking met 117 dagen voor ouderen zonder VT-statuut. ​ 

Tandzorg: belang van preventie 

In totaal maakte iets minder dan 52 procent van de CM-leden2 van 65 jaar en ouder in 2023 gebruik van ambulante tandzorg (2016: 45 procent). Dit percentage varieert per leeftijd, VT-statuut en regio. Ouderen die in een zorgvoorziening (zoals een woonzorgcentrum) verblijven, hebben het minst contact met een tandarts. In 2023 maakte minder dan een kwart van de 65-plussers die in een zorgvoorziening wonen, gebruik van ambulante tandzorg. Voor wie thuis woont en een beroep doet op verpleegkundige zorg aan huis, was dit minder dan de helft. ‘Tandzorg is voor ouderen niet altijd hun eerste bezorgdheid. Maar we weten dat er een verband is tussen een goede mondgezondheid en de algemene gezondheid’, zegt Van Gorp. ‘Het is dus belangrijk dat zorgverleners ouderen en hun naasten blijven sensibiliseren over het belang van een goede mondhygiëne en van tandzorg, en erop toezien dat tandartsbezoeken niet overgeslagen worden.’ 

Potentieel onaangepast geneesmiddelengebruik 

Ook polyfarmacie, het regelmatig gebruik van minstens vijf verschillende geneesmiddelen, komt frequent voor bij ouderen. 38 procent van de 65-plussers neemt minstens vijf verschillende geneesmiddelen per jaar voor een lange tijd (minstens 80 dagdosissen). Voor 85-plussers is dit 51 procent en bij ouderen met het VT-statuut 49 procent. Het percentage polyfarmacie bij wie in een zorgvoorziening verblijft, bedraagt 52 procent. Bij wie thuis woont en een beroep doet op een thuisverpleegkundige, is dit zelfs 59 procent tegenover 31 procent voor wie thuis woont zonder ondersteuning van thuisverpleging. ‘Ouderen krijgen vaak meerdere geneesmiddelen voorgeschreven voor de verschillende aandoeningen die ze hebben. Hoe meer geneesmiddelen je neemt, hoe groter echter de kans op bijwerkingen en interacties tussen de geneesmiddelen. Geneesmiddelen combineren is niet zonder risico, en dus een aandachtspunt voor alle zorgverleners die betrokken zijn bij de opvolging van een patiënt’, zegt Van Gorp. 

Uit de studie blijkt ook dat, gezien de grote hoeveelheden van medicatie die in alle onderzochte leeftijdsgroepen worden gebruikt, veel ouderen mogelijks potentieel onaangepaste geneesmiddelen gebruiken. Dat zijn geneesmiddelen, zoals bv. bepaalde maagzuurremmers, die bij ouderen best vermeden worden omdat er bijvoorbeeld meer risico’s dan voordelen aan verbonden zijn of er veiligere alternatieven bestaan. In 2023 gebruikte 68 procent van de 65-plussers in 2023 één of meerdere geneesmiddelen die als potentieel onaangepast worden beschouwd. Voor wie in een zorgvoorziening woont, loopt dit percentage op tot 83 procent. Voor wie thuis woont en een beroep doet op thuisverpleging is dit 84 procent, wie thuis woont zonder ondersteuning van een thuisverpleegkundige is dit 62 procent. 

Griepvaccinatie 

In 2023 kreeg 62 procent van de thuiswonende 65-plussers een griepvaccinatie. In 2020 was dat nog 68 procent. In vergelijking met 2016 is de vaccinatiegraad er wel op vooruit gegaan, maar blijft die ver onder de aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie. Die stelt dat de minimale vaccinatiegraad voor risicogroepen, waaronder ouderen en personen met gezondheidsproblemen, 75 procent zou moeten zijn. Opmerkelijk is dat in 2023 minder VT-leden (59 procent) dan niet-VT-leden (62 procent) zijn ingeënt tegen de griep. Een trend die tegengesteld is aan de periode vóór 2020. 

Het percentage 65-plussers dat gevaccineerd is tegen griep is het hoogst in Vlaanderen (66 procent in 2023), terwijl het in Wallonië en Brussel opmerkelijk lager ligt (respectievelijk 48 procent en 47 procent in 2023). ​ 

‘Deze kaart van het zorggebruik van 65-plussers toont hoe groot de uitdagingen zijn waarvoor we vandaag staan, de vergrijzing indachtig. We moeten senioren beter ondersteunen, de zorg rondom hen beter coördineren in overleg met alle zorgverleners die hen begeleiden en ons meer bewust worden van hoe belangrijk preventie is. We moeten blijven investeren in de zorg voor ouderen, vooral daar waar we zien dat ze zorg missen’, besluit Luc Van Gorp. 

De volledige studie vindt u hier.

studie CM Gezondheidsfonds_zorggebruik van ouderen.pdf

PDF 2.5 MB

 

1 Met dit sociaal statuut krijg je hogere terugbetalingen van de verplichte ziekteverzekering, ook het remgeld is lager. Je inkomen bepaalt of je recht hebt op het statuut. ​ 

Voor het jaar 2023 werden de gegevens van 1.086.905 CM-leden ouder dan 65 jaar geanalyseerd. Eind 2023 bedroeg het marktaandeel van CM bij 65-plussers 46,2%. ​ 

Clara Vanmuysen

Persverantwoordelijke

 

 

 

 

 

Share

Persberichten in je mailbox

Door op "Inschrijven" te klikken, bevestig ik dat ik het Privacybeleid gelezen heb en ermee akkoord ga.

Over CM gezondheidsfonds

Meer dan 4,5 miljoen leden schenken hun vertrouwen aan de Christelijke Mutualiteit (CM). CM ijvert voor een kwaliteitsvolle en toegankelijke gezondheidszorg en behartigt de solidariteit die daarvoor nodig is. Om haar doelstellingen te bereiken geeft CM mee vorm aan het gezondheids- en welzijnsbeleid, biedt ze professionele dienstverlening aan haar leden en zet ze mensen aan tot gezond leven.

Neem contact op met

www.cm.be